‘Waarom blijven ze achter me aankomen als ik wegloop? Dat is toch dreigend?’ Celestino wijst naar de beelden van de bewakingscamera die de politierechter afspeelt op het tv-scherm in de zittingszaal. ‘Je ziet dat ik daar wegloop.’ Dat hij even daarvoor zelf iemand een gebroken kaak heeft geslagen, laat hij achterwege.